ECLI:NL:RVS:2026:2144
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie nam op 24 februari 2026 het besluit om de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 maart 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
Dit betekent dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit van 24 februari 2026 onverkort gelden gedurende de procedure bij de Raad van State. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 17 april 2026 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist, waardoor het oorspronkelijke besluit van de minister onverkort blijft gelden.