ECLI:NL:RVS:2026:2136
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 16 september 2025 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 maart 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.