ECLI:NL:RVS:2026:2124
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod door Raad van State na ongegrond beroep rechtbank
Op 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een inreisverbod uitgevaardigd tegen appellant. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, die op 16 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken.
Ook zijn er geen vragen gerezen over de uitleg of geldigheid van Unierechtelijke bepalingen. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.