Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2117

Raad van State

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
BRS.26.001631
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 april 2024 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 13 december 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 13 maart 2026 gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit binnen tien weken.

De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist vanwege een prejudiciële vraag over het inburgeringsvereiste in het buitenland bij gezinshereniging.

Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.26.001631
Datum uitspraak: 17 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 maart 2026 in zaak nr. NL25.1293 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 13 december 2024 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen tien weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.        In het licht van de prejudiciële vraag die de Afdeling in haar uitspraak van 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2628, heeft gesteld over het inburgeringsvereiste in het buitenland bij gezinshereniging, vergt het hoger beroep nader onderzoek waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026
977