ECLI:NL:RVS:2026:2081
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving eendenslachterij Ermelo en geschil over dwangsommen en vergunningen
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo legde aan een exploitant van een eendenslachterij meerdere lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van het bestemmingsplan en milieuvergunningen. Een omwonende had handhaving gevraagd vanwege overlast. De rechtbank verklaarde een beroep van de omwonende gegrond en vernietigde een besluit van het college, waarna hoger beroep volgde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de omwonende nog procesbelang had ondanks haar verhuizing, omdat zij schade had geleden door waardedaling van haar woning door de overlast. De Afdeling bevestigde dat het gebruik van bepaalde percelen in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. Wel werd geoordeeld dat voor enkele bouwwerken geen concreet zicht op legalisatie bestond, waardoor het college ten onrechte handhaving had afgewezen.
De Afdeling vernietigde enkele dwangsombesluiten wegens onjuiste invordering, maar verklaarde de meeste beroepen ongegrond. Ook werd geoordeeld dat het college begunstigingstermijnen van zes maanden mocht hanteren, maar dat een latere verlenging onterecht was. De Afdeling schortte de dwangsommen met terugwerkende kracht op en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan beide appellanten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt handhavingsbesluiten, vernietigt enkele dwangsombesluiten en oordeelt dat de omwonende procesbelang heeft ondanks verhuizing.