Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2030

Raad van State

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
BRS.26.001163
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen asielzoeker

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft bij besluit van 18 december 2025 de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers beëindigd. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde maar het COa opdroeg de opvang van betrokkene vier maanden te continueren.

Het COa stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het de opdracht van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in en gaf een schriftelijke uiteenzetting.

De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde standpunten geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek van het COa werd daarom afgewezen. Tevens werd het COa veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, bestaande uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand ter hoogte van € 934,00.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier Q. Boon op 16 april 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het COa wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

BRS.26.001163
Datum uitspraak: 16 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van onder meer:
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 februari 2026 in zaak nr. 26/90 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
het COa.
Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2025 heeft het COa bepaald dat het de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigt.
Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep ongegrond verklaard en bepaald dat het COa de opvang van betrokkene vier maanden moet continueren.
Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        Het COa verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat het de opdracht van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op wat het COa en betrokkene hebben aangevoerd, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        wijst het verzoek af;
II.        veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026
977