ECLI:NL:RVS:2026:2026
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot toelating bachelorproject na afwijzing faculteitsbestuur
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen beslissingen van het faculteitsbestuur van de Faculteit der Bètawetenschappen die haar toelating tot een bachelorproject afwezen. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het administratief beroep dat verzoekster hiertegen had ingesteld.
Verzoekster heeft daarop de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die het CBE verplicht haar toe te laten tot het bachelorproject gedurende de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter heeft bij mondelinge uitspraak op 9 april 2026 een voorlopige voorziening getroffen die inhoudt dat verzoekster tot en met 17 april 2026 aan het bachelorproject mag deelnemen. Dit is een ordemaatregel in afwachting van de voortzetting van de behandeling van het beroep, waarbij het CBE het verzoek van verzoekster per ommegaande aan de examencommissie zal voorleggen voor een beslissing. Op 17 april 2026 zal de behandeling worden voortgezet en zal ook worden beslist over eventuele opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening en over proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Verzoekster wordt tot 17 april 2026 toegelaten tot het bachelorproject middels voorlopige voorziening.