ECLI:NL:RVS:2026:2019
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft op 25 september 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tevens weigerde de minister ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze besluiten op 11 maart 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, met name vanwege de weigering van de ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, en dat de huidige procedure zich niet leent voor dat onderzoek. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen om verzoeker te beschermen tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van € 934,00. De uitspraak is gedaan op 15 april 2026 door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier N.A. de Jong.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.