ECLI:NL:RVS:2026:2004

Raad van State

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
BRS.26.001275
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar opvangvoorziening voor meerderjarigen

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft bij besluit van 18 juli 2024 bepaald dat verzoeker wordt overgeplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 februari 2026 ongegrond verklaarde.

Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de overplaatsing te voorkomen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom is het verzoek afgewezen en is het COa niet verplicht gesteld om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. den Heyer op 15 april 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overplaatsing naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

BRS.26.001275
Datum uitspraak: 15 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 februari 2026 in zaak nr. 24/12913 in het geding tussen:
verzoeker
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het COa bepaald dat het verzoeker overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.
Bij uitspraak van 17 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.        Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Den Heyer
voorzieningenrechter
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026
941-1046