ECLI:NL:RVS:2026:1919
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- A. Kuijer
- J.A.W. Huijben
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking vergunning en verlegging warmteleiding Ennatuurlijk in Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft bij besluit van 9 juli 2020 de vergunning van Ennatuurlijk voor een deel van een warmteleiding ingetrokken en de verlegging van die leiding verplicht gesteld. Dit besluit is genomen op grond van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Enschede 2018 (AVOI 2018) vanwege gemeentelijke werkzaamheden om bedrijfskavels bouwrijp te maken.
Ennatuurlijk voerde in bezwaar en beroep aan dat het college onrechtmatig handelde door de kosten van de verlegging niet te verhalen op de profiterende partijen en dat het besluit in strijd zou zijn met het égalité-beginsel. Ook stelde zij dat de grondslag van het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat zij recht had op volledige vergoeding van de gemaakte kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het college de vergunning terecht heeft ingetrokken op grond van artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onder h, van de AVOI 2018, dat de motivering voldoende is en dat het kostenverhaal losstaat van het besluit tot intrekking. De mogelijkheid tot nadeelcompensatie via de Verlegregeling Enschede 2019 biedt een passende procedure voor vergoeding van schade. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van Ennatuurlijk wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de vergunning en verlegging van de warmteleiding wordt bevestigd.