ECLI:NL:RVS:2026:1896
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel in hoger beroep vreemdelingenrecht
Bij besluit van 2 oktober 2025 legde de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook waren er geen vragen over Unierecht aan de orde.
De Afdeling zag geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel en verklaart het hoger beroep ongegrond.