ECLI:NL:RVS:2026:1890
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitzettingsbesluit en afwijzing hoger beroep tegen vertrekopdracht EU
Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 17 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 9 april 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het uitzettingsbesluit van de minister wordt bevestigd.