AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden tegen omgevingsvergunning zonnepark
Het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck verleende op 5 oktober 2022 een omgevingsvergunning voor de aanleg van het zonnepark Nyrstar II. Kempen Airport, exploitant van de nabijgelegen luchthaven Budel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege veiligheidsrisico's voor kleine luchtvaartuigen. De rechtbank verklaarde het beroep van Kempen Airport ongegrond op 5 juli 2023. Kempen Airport stelde vervolgens hoger beroep in, maar diende de beroepsgronden pas na afloop van de hogerberoepstermijn in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van de toepasselijke overgangsrechtelijke bepalingen en de Crisis- en herstelwet (Chw) beroepsgronden binnen de termijn moeten worden ingediend. Ondanks een brief waarin Kempen Airport werd uitgenodigd om alsnog gronden in te dienen, was dit niet toegestaan. De Afdeling achtte het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk in op de aangevoerde gronden.
De Afdeling wees erop dat de rechtsmiddelenverwijzing in de uitspraak van de rechtbank duidelijk maakte dat na afloop van de beroepstermijn geen gronden meer konden worden aangevoerd. De professionele gemachtigde van Kempen Airport had dit moeten begrijpen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 1 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van Kempen Airport wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden.
Uitspraak
202305187/1/R2.
Datum uitspraak: 1 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Brabant Luchtvaart Beheer B.V. h.o.d.n. Kempen Airport, gevestigd in Budel, gemeente Cranendock, (hierna: Kempen Airport)
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank OostBrabant van 5 juli 2023 in zaak nrs. 22/2751 en 22/2730 in het geding tussen:
1. Kempen Airport,
2. [partij sub 2A], [partij sub 2B] en [partij sub 2C], [partij sub 2D] en [partij sub 2 E]
en
het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck.
Procesverloop
Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van het zonnepark "Nyrstar II" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck.
Bij uitspraak van 5 juli 2023 heeft de rechtbank het door Kempen Airport daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Kempen Airport hoger beroep ingesteld.
Het college, de raad van de gemeente Cranendonck en Statkraft Renewables Benelux B.V. en Zonnepark Budel Dorplein II B.V., initiatiefnemers (hierna samen: Statkraft), hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven.
Kempen Airport, het college en Statkraft hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 september 2025, waar Kempen Airport, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], bijgestaan door mr. dr. R.M. Schnitker, rechtsbijstandverlener te Veldhoven, en het college, vertegenwoordigd door D.C.F.J. Velings en M.B.E.J. Kösters, zijn verschenen. Verder zijn op zitting Statkraft, vertegenwoordigd door [gemachtigde B], [gemachtigde C] en [gemachtigde D], bijgestaan door mr. S.L. Kombrink, advocaat in Amsterdam, als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 november 2021. Dat betekent dat in dit geval het recht, waaronder de Wabo en de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Op 4 november 2021 heeft Statkraft een aanvraag om een omgevingsvergunning bij het college ingediend voor de aanleg van het zonnepark "Nyrstar II". Het project heeft een totale omvang van ongeveer 41 ha en is voorzien op een braakliggend gedeelte van het industrieterrein van zinkfabriek Nyrstar.
Bij het besluit van 5 oktober 2022 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Het college is met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo afgeweken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Industrieterrein Dorplein", vastgesteld op 11 april 1991, omdat op de betrokken gronden de bestemming "Bedrijventerrein" rust en het zonnepark daarmee in strijd is.
3. Kempen Airport exploiteert luchthaven Budel aan Luchthavenweg 20 in Budel. De luchthaven is gelegen direct ten noorden van het industrieterrein en zonneveld "Nyrstar II". Kempen Airport kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat het zonneveld volgens haar zal leiden tot onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van inzittenden van kleine luchtvaartuigen van en naar de luchthaven. Kempen Airport is daarom in beroep gekomen tegen het besluit van 5 oktober 2022.
4. Bij uitspraak van 5 juli 2023 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning in stand gelaten. Kempen Airport heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Het wettelijk kader
5. Artikel 6:5, eerste lid, van de Awb luidt:
"1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;
"Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
a. niet is voldaan aan artikel 6:5 ofPro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of
b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15,
mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn".
Artikel 1.6, tweede lid, van de Chw luidt:
"In afwijking van artikel 6:6 vanPro de Algemene wet bestuursrecht is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet".
Artikel 1.6a luidt:
"Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd".
Artikel 1.9a luidt:
"De artikelen 1.6 tot en met 1.8 zijn van overeenkomstige toepassing in hoger beroep".
Artikel 12 vanPro het Besluit uitvoering Chw luidt:
"1. Indien afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet van toepassing is op het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, wordt dit in de uitspraak vermeld.
2. De uitspraak vermeldt voorts dat:
a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen;
b. het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, en
c. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld".
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
6. De Afdeling stelt vast dat de hogerberoepstermijn liep van 7 juli 2023 tot en met 17 augustus 2023. Kempen Airport heeft binnen deze termijn op 10 augustus 2023 pro forma hoger beroep ingesteld. Bij brief van 15 augustus 2023 is Kempen Airport door de Afdeling in de gelegenheid gesteld om tot en met 12 september 2023 gronden in te dienen. Vast staat dat Kempen Airport deze gronden op 11 september 2023, na afloop van de hogerberoepstermijn heeft ingediend.
6.1. In de uitspraak van de rechtbank van 5 juli 2023 is in overweging 11 vermeld dat de Chw van toepassing is op de procedure. In de rechtsmiddelenverwijzing die in diezelfde uitspraak is opgenomen, is toepassing gegeven aan artikel 12, tweede lid, aanhef en onder c, van het Besluit uitvoering Chw. Er is vermeld dat de Chw van toepassing is op het hoger beroep en dat op grond van artikel 1.6a van de Chw na de hogerberoepstermijn geen gronden meer kunnen worden aangevoerd.
6.2. Kempen Airport kon gelet op de rechtsmiddelenverwijzing bij de aangevallen uitspraak, bij het instellen van het hoger beroep ervan op de hoogte zijn dat zij na de hogerberoepstermijn geen gronden meer kon aanvoeren en dat zij deze dus binnen die termijn moest indienen. Weliswaar is in die rechtsmiddelenverwijzing geen toepassing gegeven aan artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit uitvoering Chw, maar dit neemt naar het oordeel van de Afdeling niet weg dat Kempen Airport, althans haar gemachtigde als professionele rechtsbijstandverlener, op grond van die rechtsmiddelenverwijzing had moeten begrijpen dat het hoger beroep alleen inhoudelijk zou worden behandeld als de gronden daarvan binnen de hogerberoepstermijn zouden worden ingediend. Vergelijk de uitspraak van 7 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2384), onder 6.1.
6.3. Dat in de brief van 15 augustus 2023 ten onrechte aan Kempen Airport de gelegenheid is geboden om alsnog gronden in te dienen, maakt dit niet anders. In dit verband is van belang dat de Afdeling het gelet op het verhandelde tijdens de zitting niet aannemelijk acht dat deze brief voor de gemachtigde van Kempen Airport aanleiding heeft gevormd om, ondanks de rechtsmiddelenvoorlichting in de uitspraak, pas buiten de hogerberoepstermijn gronden in te dienen.
6.4. Omdat niet is voldaan aan de vereisten gesteld in artikel 6:5 vanPro de Awb, in samenhang gelezen met artikelen 1.6, tweede lid, en 1.9a van de Chw, is het hoger beroep van Kempen Airport niet-ontvankelijk. Daarom zal de Afdeling op wat Kempen Airport heeft aangevoerd over de uitspraak van de rechtbank niet inhoudelijk ingaan.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. J.C.A. de Poorter, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.T. Schipper, griffier.