ECLI:NL:RVS:2026:1803
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij urgentieverklaring
Appellant heeft op 16 augustus 2022 een urgentieverklaring aangevraagd op grond van sociale omstandigheden, omdat hij na zijn scheiding de echtelijke woning aan zijn ex-echtgenote moest laten en hij wilde dat zijn twee oudste kinderen bij hem konden wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag op 20 oktober 2022 af en verklaarde het bezwaar op 9 februari 2024 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 14 maart 2025.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting op 3 maart 2026 bracht appellant naar voren dat hij sinds 13 oktober 2025 in een zelfstandige sociale huurwoning woont en op dit adres staat ingeschreven. Het college stelde dat appellant hierdoor geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het procesbelang ontbreekt omdat appellant inmiddels een woonruimte heeft verkregen waar hij met zijn minderjarige zoon kan wonen. Hoewel de woning een flexwoning betreft met een huurcontract gekoppeld aan een tijdelijke omgevingsvergunning, achtte de Afdeling dit geen actueel huisvestingsprobleem. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.