ECLI:NL:RVS:2026:1774
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 26 september 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van verzoeker ongegrond op 19 maart 2026. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, omdat de noodzakelijke stukken voor de beoordeling van het hoger beroep nog niet zijn ontvangen. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorlopige voorziening is uitgesproken op 26 maart 2026 en geldt totdat op het hoger beroep is beslist. De minister kan deze voorziening ambtshalve wijzigen of opheffen voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.