ECLI:NL:RVS:2026:1761

Raad van State

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
202405928/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen besluit minister Buitenlandse Zaken

Verzoekster heeft het hoger beroep tegen een besluit van de minister van Buitenlandse Zaken ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om proceskostenveroordeling van de minister op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel biedt de mogelijkheid tot proceskostenveroordeling indien het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan het verzoek van de indiener van het beroepschrift.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat van tegemoetkomen sprake is indien het bestuursorgaan het door de indiener gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij het besluit op andere gronden is genomen dan aangevoerd. In deze zaak heeft de minister geen nieuw besluit genomen, noch het eerdere besluit van 16 september 2022 herroepen of het besluit op bezwaar van 8 mei 2023 vernietigd of ingetrokken.

Ook de mededeling van het Openbaar Ministerie dat er geen hernieuwd verzoek om opname in het Register Paspoortsignaleringen zal worden gedaan, kan niet worden toegerekend aan de minister en vormt geen aanleiding tot tegemoetkomen. Daarom is het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de minister niet aan verzoekster is tegemoetgekomen.

Uitspraak

202405928/1/A3.
Datum uitspraak: 13 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het verzoek van:
[verzoekster], wonend in [woonplaats] (Colombia),
verzoekster,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Openbare zitting gehouden op 13 maart 2026 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
Staatsraad mr. J.F. de Groot, lid
Staatsraad mr. J.A.W. Huijben, lid
griffier: mr. I.W.M.J. Bossmann
Verschenen:
De minister van Buitenlandse Zaken, vertegenwoordigd door mr. L.H.T. Geuzendam en mr. I.M. Wissenburgh.
Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen.
De Afdeling wijst het verzoek af.
Gronden:
1.       Van tegemoetkomen is sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.
2.       De minister heeft geen nieuw besluit genomen. De minister heeft het besluit van 16 september 2022 nooit herroepen. Evenmin is het besluit op bezwaar van 8 mei 2023 door de minister vernietigd of ingetrokken. Dat het Openbaar Ministerie bij brief van 1 oktober 2024 aan [verzoekster] heeft medegedeeld dat er geen hernieuwd verzoek om opname in het Register Paspoortsignaleringen (RSP) zal worden gedaan kan ook niet worden toegerekend aan de minister en maakt niet dat er sprake is van tegemoetkomen door het verwerende bestuursorgaan.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Bossmann
griffier
314-1166