ECLI:NL:RVS:2026:1653

Raad van State

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
202505810/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake niet tijdige beslissing examencommissie Fontys Hogeschool

Verzoeker heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 12 november 2025, waarin het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture ongegrond werd verklaard.

De Afdeling overweegt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de verzoeker, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden indien zij eerder bekend waren geweest.

Verzoeker heeft echter alleen feiten en argumenten aangevoerd die reeds in de eerdere procedure aan de orde waren of hadden kunnen worden gebracht. Daarom is het verzoek tot herziening niet ontvankelijk en wordt het afgewezen.

Het college van bestuur van Fontys Hogeschool hoeft geen proceskosten te vergoeden. De mondelinge uitspraak is gedaan op 19 maart 2026 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie wordt afgewezen.

Uitspraak

202505810/1/A2.
Datum uitspraak: 19 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; Awb) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats,
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025, in zaak nr. 202505046/1/A2.
Openbare zitting gehouden op 19 maart 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
griffier: mr. R.J.R. Hazen
jurist: mr. J.R. van Asselt
Verschenen:
[verzoeker].
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025 in zaak nr. 202505046/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5466, te herzien.
In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture van de Fontys Hogeschool ongegrond verklaard.
Beslissing
De Afdeling wijst het verzoek af.
Gronden:
1.       In artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.       Het bijzonder rechtsmiddel herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist, naar aanleiding van die uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht, of naar voren hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en aldus het debat te heropenen als de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
3.       In zijn verzoekschrift, gelezen in samenhang met de daarbij gevoegde bijlagen, heeft [verzoeker] enkel feiten en omstandigheden aangedragen en argumenten vermeld die hij naar voren heeft gebracht, dan wel had kunnen brengen, in het kader van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Daarom kan het verzoek niet tot herziening van de uitspraak van 12 november 2025 leiden.
4.       De Afdeling zal het verzoek om herziening afwijzen.
5.       Het college van bestuur van Fontys Hogeschool hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hazen
griffier
452-1175