ECLI:NL:RVS:2026:1601
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening consulaire bijstand voor vertrek uit Gaza voor studie
Verzoeker, woonachtig in Gaza, is toegelaten tot een masteropleiding in Nederland en heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die zij moet ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Zij verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om consulaire bijstand om Gaza te verlaten, omdat zij dit zonder hulp niet kan. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of de minister een publieke taak heeft aanvaard omtrent consulaire bijstand niet in deze procedure kan worden beantwoord en dat dit in de bodemprocedure zal worden onderzocht.
Desondanks weegt de voorzieningenrechter de belangen af en concludeert dat het belang van verzoeker om haar mvv op tijd op te halen en Gaza te verlaten zwaarder weegt dan het belang van de minister om niet voor een voldongen feit te worden geplaatst. De minister wordt daarom verplicht zich in te spannen om verzoeker via diplomatieke weg te helpen de grens te passeren. De uitspraak is voorlopig en bindt niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: De minister wordt verplicht zich in te spannen om verzoeker consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten en haar mvv op te halen.