ECLI:NL:RVS:2026:1561
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning ijssalon in beschermd stadsgezicht Enkhuizen
Het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen verleende op 22 december 2021 een omgevingsvergunning aan partij A voor het verbouwen van een historisch pand en het gebruik als ijssalon, inclusief een verharding van een strook grond. Omwonenden en anderen stelden beroep in tegen dit besluit en de daaropvolgende besluiten op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en verving een tekening bij de vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van de omwonenden en het incidenteel hoger beroep van het college. De Afdeling oordeelde dat het college terecht het bezwaar van partij B niet-ontvankelijk had verklaard wegens gebrek aan eigen belang. De bezwaren over mogelijke overlast, parkeerproblemen en aantasting van cultuurhistorische waarden werden door de Afdeling verworpen, waarbij werd benadrukt dat de vergunning beperkt is tot een ijssalon zonder zitplaatsen of terras.
De rechtbank mocht volgens de Afdeling zelfvoorzienend de tekening vervangen om onbedoelde vergunningverlening voor bankjes te corrigeren. Ook het besluit van 30 november 2023, waarbij een nieuwe tekening werd toegevoegd, werd bevestigd. Het hoger beroep van de omwonenden werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van omwonenden wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de ijssalon inclusief verharding wordt bevestigd.