ECLI:NL:RVS:2026:1474
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluiten van 13 en 17 december 2025 is afgewezen met de bepaling dat verzoeker de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten.
De rechtbank Den Haag heeft op 25 februari 2026 het beroep van verzoeker tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 maart 2026 de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, ter hoogte van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.