ECLI:NL:RVS:2026:1473
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 31 oktober 2025 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.
Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 februari 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft op 18 maart 2026 deze voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.