ECLI:NL:RVS:2026:1465
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 25 januari 2024 niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 november 2025 ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat verzoeker niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 934,00, moet vergoeden, welke verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 en bevestigt de opschorting van de overdrachtstermijn, conform eerdere uitspraken van de Afdeling. Hiermee wordt de positie van verzoeker tijdens de procedure versterkt en wordt de minister financieel aansprakelijk gesteld voor de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.