ECLI:NL:RVS:2026:1440
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De minister van Asiel en Migratie wees op 14 februari 2024 een aanvraag af voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 4 februari 2025 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 16 maart 2026 door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier Q. Boon.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.