ECLI:NL:RVS:2026:1356
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 31 juli 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Na deze uitspraak gaf de Afdeling aan het voornemen om de uitspraak te vervallen te verklaren. Verzoeker vroeg daarop om een voorlopige voorziening, welke door de voorzieningenrechter werd afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de beslissing op het hoger beroep geen voorlopige voorziening nodig was en wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier N. Tibold op 11 maart 2026. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.