ECLI:NL:RVS:2026:1350
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke afwijzing inzageverzoek door korpschef van politie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 maart 2025, waarin haar inzageverzoek deels werd afgewezen door de korpschef van politie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 maart 2026 de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De rechtbank had uitgebreid gemotiveerd waarom het inzageverzoek niet volledig kon worden ingewilligd en had, met toestemming van appellante, kennisgenomen van een onder geheimhouding overgelegde motivering van de korpschef. De Afdeling neemt deze overwegingen integraal over.
In het hoger beroep stelde appellante dat er meer documenten over haar aanwezig moesten zijn bij de politie, onder verwijzing naar een verklaring van haar advocaat en tegenstrijdigheden in data. De Afdeling verwijst naar vaste jurisprudentie dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat dergelijke stukken bestaan wanneer het bestuursorgaan stelt dat deze niet (meer) berusten bij het bestuursorgaan. Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt, waardoor het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke afwijzing van het inzageverzoek wordt bevestigd.