ECLI:NL:RVS:2026:1290
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 6 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 22 september 2025 het beroep van appellant gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd een traumataxatie overgelegd, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat deze niet tijdig was ingebracht en geen gegronde reden was gegeven voor het late indienen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt daarmee verworpen en het eerdere vonnis van de rechtbank blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit blijft van kracht.