ECLI:NL:RVS:2026:1264
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 10 juli 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 7 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en dat de rechtsvraag reeds recentelijk door de Afdeling was beantwoord in een andere uitspraak.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.