ECLI:NL:RVS:2026:1230
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning uitbreiding kamerbewoning wegens strijd met huisvestingsverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende aan EDS Rotterdam een vergunning voor uitbreiding van kamerbewoning van acht naar tien studenten, ondanks dat de aanvraag niet voldeed aan de criteria van de Huisvestingsverordening. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit en wees de aanvraag af, waarna EDS Rotterdam hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat EDS Rotterdam gerechtvaardigd vertrouwen mocht hebben op vergunningverlening, gebaseerd op communicatie van de gemeente en informatie op de gemeentelijke website. Dit vertrouwen weegt echter niet zwaarder dan het algemeen belang en de wettelijke criteria uit de Huisvestingsverordening, die een vergunning in het betreffende gebied uitsluiten.
De Afdeling bevestigt dat het college het bezwaar van [appellant] had moeten honoreren en het besluit tot vergunningverlening had moeten herroepen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze in de plaats treedt van het vernietigde besluit, maar voor het overige bevestigd. Het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de vraag van eventuele schadevergoeding aan EDS Rotterdam moet worden betrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep van EDS Rotterdam wordt ongegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen waarbij de vergunning wordt herroepen.