ECLI:NL:RVS:2026:1153
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 11 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 30 januari 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, op 2 maart 2026. Hiermee wordt de positie van verzoeker in afwachting van de uitspraak in hoger beroep beschermd.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.