ECLI:NL:RVS:2026:1109
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR over rijgeschiktheid ondanks dementiediagnose
Appellant heeft een gezondheidsverklaring ingediend waarin sprake is van dementie en een eerdere beroerte. Het CBR heeft hem daarop verwezen voor een medische keuring, waarbij specialisten bevestigden dat sprake is van (gemengde) dementie. Op basis hiervan verklaarde het CBR appellant rijgeschikt voor een jaar onder voorwaarden.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde. In hoger beroep stelde appellant dat een later medisch rapport de dementiediagnose weerlegt, maar dit rapport werd niet toegelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt het oordeel van de rechtbank dat het CBR terecht uitging van de eerdere medische rapporten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het CBR wordt ongegrond verklaard en het besluit tot rijgeschiktheid onder voorwaarden blijft in stand.