ECLI:NL:RVS:2026:1066
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten wijziging ligplaatsvergunningen Rederij Amsterdam wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wijzigde op 15 juli 2022 vijf ligplaatsvergunningen van Rederij Amsterdam van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd met verschillende einddata. Na bezwaar verklaarde het college deze ongegrond en verlengde later enkele vergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep van Rederij Amsterdam tegen deze besluiten ongegrond.
Rederij Amsterdam stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van een verandering van omstandigheden of inzichten zoals vereist in artikel 2.2.6 van de Verordening op het binnenwater. Tevens was niet of onvoldoende ingegaan op de eisen van de Dienstenrichtlijn voor wijziging van ligplaatsvergunningen.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten, verklaarde het hoger beroep gegrond en droeg het college op binnen achttien weken een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Rederij Amsterdam.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de besluiten van het college Amsterdam en draagt op tot een nieuw besluit binnen achttien weken.