ECLI:NL:RVS:2026:1054
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten wijziging ligplaatsvergunningen Amsterdam wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wijzigde op 15 juli 2022 zeven ligplaatsvergunningen van Smidtje Beheer B.V. van onbepaalde tijd naar vergunningen met een einddatum in 2026, 2028 of 2030. Na bezwaar verklaarde het college deze ongegrond en verlengde later vijf vergunningen met twee jaar. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Smidtje tegen deze besluiten ongegrond.
Smidtje stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van een verandering van omstandigheden zoals vereist in artikel 2.2.6 van de Verordening op het binnenwater. Tevens was onvoldoende ingegaan op de eisen van de Dienstenrichtlijn voor het wijzigen van ligplaatsvergunningen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten. Het college werd opgedragen binnen achttien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringseisen. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Smidtje.
Uitkomst: De besluiten van het college Amsterdam tot wijziging van ligplaatsvergunningen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college moet een nieuw besluit nemen.