ECLI:NL:RVS:2026:1024
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 1 september 2025 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 januari 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor voorlopige voorziening daarvoor geschikt is. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegekend, zodat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling een beslissing neemt op het hoger beroep.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 27 februari 2026.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.