ECLI:NL:RVS:2026:1023
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 1 september 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 januari 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor voorlopige voorziening daarvoor niet geschikt is. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Raad van State uitspraak doet in het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.