ECLI:NL:RVS:2026:100
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 30 augustus 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel, maar de rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep op 30 oktober 2025 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel geen hoger beroep openstaat, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen gronden had aangevoerd die een uitzondering op het verbod op hoger beroep rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.