ECLI:NL:RVS:2025:999
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor gebruik niet-eigen bestuurderskaart in tachograaf vrachtwagen
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde op 11 augustus 2021 een boete van €1.500 op aan appellant, een vrachtwagenchauffeur, vanwege het gebruik van een bestuurderskaart die niet op zijn naam stond in de tachograaf tijdens een controle. De tachograaf dient ter controle van arbeids- en rusttijden in het belang van verkeersveiligheid.
Appellant maakte bezwaar tegen de boete, maar dit werd door de minister ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, matigde de boete tot €1.425 en vernietigde het eerdere besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de minister voldoende heeft aangetoond dat appellant een niet-eigen bestuurderskaart gebruikte en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich aan de rij- en rusttijden hield of onvoldoende draagkracht heeft om de boete te voldoen. De eerdere matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn blijft gehandhaafd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1.425 aan appellant wegens het gebruik van een niet-eigen bestuurderskaart.