ECLI:NL:RVS:2025:87
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsrecht en documentaanvraag gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluiten van 1 augustus 2024 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en heeft een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, welke op 13 maart 2024 ongegrond werden verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 7 augustus 2024 de beroepen ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoord moeten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.