ECLI:NL:RVS:2025:850

Raad van State

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
BRS.25.000108
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag heeft op 27 januari 2025 het beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van deze maatregel ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling stelt vast dat het hoger beroep betrekking heeft op het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens artikel 84 van Pro deze wet is tegen het voortduren van deze maatregel geen hoger beroep mogelijk. De Afdeling overweegt dat het verbod op hoger beroep slechts doorbroken kan worden indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval is.

Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens wordt geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van H.G. Sevenster, op 7 maart 2025.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.

Uitspraak

BRS.25.000108
Datum uitspraak: 7 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 januari 2025 in zaak nr. NL25.887 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 27 januari 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.  De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.  Wat de vreemdeling aanvoert is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3.  De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2025
1020-846