ECLI:NL:RVS:2025:701
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel; proceskostenveroordeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 oktober 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond bij uitspraak van 17 januari 2025. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
In het hoger beroep betoogde de vreemdeling onder meer dat de rechtbank ten onrechte het gebrek in de ondertekening van het besluit had gepasseerd zonder de minister te veroordelen tot proceskostenvergoeding. De Raad van State oordeelde dat dit verweer slaagde en vernietigde het deel van het vonnis waarin de rechtbank had nagelaten de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in beroep en hoger beroep heeft gemaakt, tot een bedrag van € 2.721,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het deel van de proceskostenveroordeling; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, verzoek voorlopige voorziening wordt afgewezen.