ECLI:NL:RVS:2025:698
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 13 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 12 december 2024 gegrond en beval opheffing van de maatregel met schadevergoeding. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening, die op 13 december 2024 werd toegekend, waardoor de maatregel bleef voortduren.
De vreemdeling verzocht op 11 februari 2025 om opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening, verwijzend naar een niet-ontvankelijk verklaard beroep bij de rechtbank tegen het voortduren van de maatregel. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek niet kon leiden tot wijziging omdat het grensbewakingsbelang van de minister zwaarder woog en de inhoudelijke toetsing van de maatregel in andere procedures bij de Afdeling aan de orde is.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de minister niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 21 februari 2025.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening wordt afgewezen.