ECLI:NL:RVS:2025:6432
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende bewijs van urgent huisvestingsprobleem
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring omdat zij zich niet veilig voelt in haar woning door vermeende mishandeling door haar zoon, wat haar psychische klachten verergert. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een urgent huisvestingsprobleem. De medische informatie was gebaseerd op haar eigen verklaring zonder objectieve ondersteuning zoals politieaangifte of hulpverlenersverklaringen. Ook werd de hardheidsclausule niet toegepast omdat de situatie niet als schrijnend werd beschouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De brieven van het Sinai Centrum gaven geen bewijs dat verhuizing noodzakelijk was voor behandeling of dat de woonsituatie direct verband hield met haar psychische problemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.