202307314/1/A2.
Datum uitspraak: 31 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Veldhoven,
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 oktober 2023 in zaken nrs. 22/610 en 23/1729 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Defensie.
Procesverloop
Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft de minister voor de periode van 29 november 2021 tot 18 december 2021 ontheffing van de minimum VFR-vlieghoogte verleend ten behoeve van de oefening Tech Bull.
Bij besluit van 4 februari 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de minister voor de periode van 13 tot 25 maart 2023 ontheffing van de minimum VFR-vlieghoogte verleend ten behoeve van de oefening Orange Bull.
Bij besluit van 19 juni 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 6 oktober 2023 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de door [appellant] tegen de besluiten van 4 februari 2022 en 19 juni 2023 ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd, de door [appellant] tegen de besluiten van 18 oktober 2021 en 31 januari 2023 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats komt van de vernietigde besluiten.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De minister en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 november 2025, waar [appellant] en de minister, vertegenwoordigd door mr. F.D. Eftekhari en M.R. Barhorst, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In geschil is of de door de minister verleende ontheffing voor de oefening Tech Bull ook betrekking heeft op zogenoemde beam-naderingen.
2. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Besluitvorming van de minister
3. [appellant] woont in Veldhoven, ten zuiden van Vliegbasis Eindhoven. Op deze vliegbasis heeft Defensie transportvliegtuigen gestationeerd, waaronder de C-130 Hercules.
4. Ter toelichting van zijn bezwaren tegen de besluiten van 18 oktober 2021 en 31 januari 2023 heeft [appellant] gesteld dat tijdens de oefeningen Tech Bull en Orange Bull onder meer gevaarlijke manoeuvres met de C-130 Hercules worden uitgevoerd, doordat piloten met dit type vliegtuig Vliegbasis Eindhoven vanuit het westen benaderen, dwars over de landingsbaan vliegen en vervolgens een scherpe bocht naar rechts of links maken, alvorens bij de landingsbaan uit te komen. Volgens [appellant] worden de gevaren bij de uitoefening van deze zogenoemde beam-nadering niet weggenomen met de voorschriften en beperkingen die de minister in de besluiten aan de ontheffingen heeft verbonden. [appellant] heeft de minister daarom gevraagd om de besluiten aan te passen door daarin op te nemen dat de beam-nadering verboden is.
5. Voor de motivering van de besluiten van 4 februari 2022 en 19 juni 2023 heeft de minister verwezen naar de adviezen van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie van 16 januari 2022 en 25 mei 2023. In deze adviezen staat, samengevat weergegeven, dat voor zover de beam-naderingen in het luchtruim boven Veldhoven plaatsvinden, het gaat om tactische naderingen, die altijd zijn toegestaan, mits is voldaan aan de voorwaarde van toestemming van de plaatselijke luchtverkeersleiding. De door de minister verleende ontheffingen hebben geen betrekking op deze beam-naderingen. Voor deze tactische naderingen is geen ontheffing nodig.
Uitspraak van de rechtbank
6. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de bij besluiten van 18 oktober 2021 en 31 januari 2023 verleende ontheffingen geen betrekking hebben op beam-naderingen en dat deze in deze procedures daarom niet aan de orde kunnen zijn. De minister heeft toegelicht dat de beam-naderingen tactische naderingsprocedures zijn, die als doel hebben om te komen tot een landing, stijging of doorstart in situaties waarin het op de gebruikelijke rechtstreekse wijze aanvliegen van de betreffende landingsplaats niet mogelijk is. De beam-naderingen zijn bovendien in het Handboek van het Luchtverkeersvoorschrift als landingsprocedures beschreven. Zij zijn daarom op grond van het Luchtverkeersvoorschrift altijd toegestaan, mits de plaatselijke luchtverkeersleiding hiervoor toestemming verleent. De minister heeft erop gewezen dat beam-naderingen ook buiten de oefeningen van Defensie plaatsvinden.
Omvang van het hoger beroep
7. In de mondelinge uitspraak van 6 oktober 2023 heeft de rechtbank zowel over de ontheffing voor de oefening Tech Bull als over de ontheffing voor de oefening Orange Bull een beslissing in beroep gegeven. [appellant] heeft op 26 november 2023 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak voor zover die ziet op de oefening Tech Bull. Hij heeft op 1 december 2023 ook hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak voor zover die ziet op de oefening Orange Bull.
7.1. Op de zitting van de Afdeling van 24 november 2025 heeft [appellant] verduidelijkt dat het hoger beroep alleen gaat over de ontheffing voor de oefening Tech Bull. Naar aanleiding daarvan heeft de Afdeling benadrukt dat zij het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 oktober 2025 behandelt en dat daarom ook de ontheffing voor de oefening Orange Bull voorwerp van dit geschil is, gelet op de van [appellant] ontvangen beroepsgronden. Vervolgens heeft [appellant] herhaaldelijk en ondubbelzinnig te kennen gegeven dat het hoger beroep alleen betrekking heeft op de beslissing van de rechtbank over de ontheffing voor de oefening Tech Bull. De Afdeling heeft vervolgens met instemming van [appellant] vastgesteld dat het hoger beroep zich dus niet richt op dat deel van de uitspraak dat over de ontheffing voor de oefening Orange Bull gaat. Zij zal haar oordeel daarom beperken tot wat [appellant] heeft aangevoerd over dat deel van de uitspraak dat over Tech Bull gaat.
Ontvankelijkheid van het beroep en het hoger beroep
8. Bij brief van 11 november 2025 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het beroep niet-ontvankelijk is. Volgens de minister kan [appellant] met deze juridische procedure niet het resultaat bereiken dat hij beoogt te bereiken. Dat betekent dat de minister ook de ontvankelijkheid van het hoger beroep om die reden aan de orde stelt.
8.1. De Afdeling volgt de minister niet in dit betoog. [appellant] heeft zich in deze procedure steeds op het standpunt gesteld dat de door de minister verleende ontheffing ook betrekking heeft op de beam-naderingen. Als dat standpunt juist zou zijn, zou een inhoudelijke beoordeling ertoe kunnen leiden dat, zoals hij beoogt, de minister de ontheffingen moet aanpassen en de beam-naderingen moet verbieden. Daarmee is zijn belang bij het (hoger) beroep gegeven.
De bespreking van het hoger beroep
9. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft voorzien in zijn behoefte om tijdens de zitting beeldmateriaal te laten zien van de beam-naderingen en vervolgens geen uitleg heeft gegeven over haar keuze om die gelegenheid niet te bieden.
9.1. Uit de zittingsaantekeningen valt af te leiden dat de rechtbank tijdens de zitting heeft toegelicht dat het in deze zaak primair gaat om de juridische vraag of de ontheffing betrekking heeft op de beam-naderingen. Voor het geven van een antwoord op die vraag was het niet nodig om kennis te nemen van het beeldmateriaal van de laagvliegmanoeuvres. Daarom was er voor de rechtbank geen aanleiding om [appellant] in de gelegenheid te stellen om dat beeldmateriaal te laten zien. [appellant] is door de beslissing van de rechtbank niet in zijn belangen geschaad.
9.2. Het betoog slaagt niet.
10. [appellant] betoogt verder dat rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de ontheffing voor de oefening Tech Bull geen betrekking heeft op de beam-naderingen. Volgens [appellant] zijn de beam-naderingen laagvliegmanoeuvres en geen landingsprocedures en vallen ze dus wel onder de ontheffing.
10.1. De Afdeling stelt vast dat de minister voor de oefening Tech Bull binnen het in het besluit van 18 oktober 2021 aangegeven gebied ontheffing heeft verleend van het verbod van artikel 5005, onder f, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 (hierna: de SERA-verordening). Hierdoor is het mogelijk om binnen het aangegeven laagvlieggebied laagvliegmanoeuvres uit te voeren. De minister heeft in het besluit toegelicht dat deze ontheffing nodig is, zodat kan worden geoefend met het tactisch verplaatsen op lage hoogten.
10.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de beam-naderingen geen onderdeel uitmaken van de ontheffing. Uit artikel 3105 en artikel 5005 van de SERA-verordening volgt dat de minimumvlieghoogtes uit die verordening moeten worden gehandhaafd, behalve tijdens het opstijgen of landen van een luchtvaartuig. Bij het opstijgen of landen wordt de minimumvlieghoogte immers altijd doorbroken. Er is geen grond voor het oordeel dat de beam-naderingen slechts laagvliegmanoeuvres zijn. De beam-naderingen zijn erop gericht om tot een landing te komen. Hiervoor hoeft de minister, gelet op de SERA-verordening, geen speciale ontheffing van de minimumvlieghoogtes te verlenen. Daarom vinden beam-naderingen ook plaats buiten de periode waarvoor de minister ontheffing van de minimumvlieghoogte heeft verleend.
10.3. Het betoog slaagt niet.
11. Omdat de ontheffing voor de oefening Tech Bull niet op de beam-naderingen ziet, kan de door [appellant] gestelde onrechtmatigheid van de beam-naderingen niet in deze procedure aan de orde worden gesteld.
Conclusie
12. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
13. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. J.C.A. de Poorter en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
w.g. Willems
voorzitter
w.g. Hazen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 december 2025
452-1067
BIJLAGE
WETTELIJK KADER
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012
Artikel 3101 Onachtzaam of roekeloos gebruik van luchtvaartuigen
Een luchtvaartuig mag niet op onachtzame of roekeloze wijze worden bediend teneinde het leven of de eigendom van anderen in gevaar te brengen.
Artikel 3105 Minimumhoogten
Behalve wanneer dit nodig is voor opstijgen of landen of wanneer de bevoegde autoriteit anderszins toestemming heeft verleend, mogen luchtvaartuigen niet over dichtbevolkte gebieden van steden, gemeenten of nederzettingen, noch vliegen over een openluchtbijeenkomst van personen, tenzij op een hoogte die het mogelijk maakt om in noodgevallen te landen zonder overmatig gevaar voor personen of eigendommen op de grond. De minimumhoogten voor VFR-vluchten zijn gespecificeerd in SERA.5005, onder f), en de minimumniveaus voor IFR-vluchten in SERA.5015, onder b).
Artikel 5005 Zichtvliegvoorschriften
[…]
f). Behalve wanneer dit nodig is voor opstijgen of landen of wanneer dit toegestaan is door de bevoegde autoriteit, mag een VFR-vlucht:
1) niet over dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, noch over een openluchtbijeenkomst van personen vliegen op een hoogte van minder dan 300 m (1 000 ft) boven de hoogste hindernis in een straal van 600 m rond het luchtvaartuig;
2) niet op andere dan de onder 1) vermelde plaatsen vliegen op een hoogte van minder dan 150 m (500 ft) boven de grond of het water, of 150 m (500 ft) boven de hoogste hindernis in een straal van 150 m (500 ft) rond het luchtvaartuig.
[…].
Besluit luchtverkeer 2014
Artikel 1
[…]
OAT: luchtverkeer dat niet vliegt volgens de regels en procedures die door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie zijn opgesteld (Operational Air Traffic);
[…].
Artikel 2
1. Verordening (EU) nr. 923/2012 is van overeenkomstige toepassing op militair luchtverkeer dat wordt aangemerkt als OAT.
2. Onze Minister van Defensie kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de bepalingen van verordening (EU) nr. 923/2012 voor zover het militair luchtverkeer betreft dat wordt aangemerkt als OAT. Aan de vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.