ECLI:NL:RVS:2025:6407

Raad van State

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002498
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning

Op 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker, die ook voor haar minderjarige kinderen opkomt, heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam. De rechtbank heeft op 2 december 2025 het beroep ongegrond verklaard. Hierop heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat zij niet naar een andere opvanglocatie zou worden overgeplaatst voordat er op het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. In de overwegingen van de uitspraak is aangegeven dat, gelet op de aangevoerde argumenten, de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is afgewezen, en de minister is niet verplicht om de proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. C.J. Borman, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.

Uitspraak

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], mede voor haar minderjarige kinderen
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 2 december 2025 in zaak nr. NL25.32179 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 2 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeftzij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.   Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt overgeplaatst naar een andere opvanglocatie voordat op het hoger beroep is beslist.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.    De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2025
977