ECLI:NL:RVS:2025:634
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Meijer
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen instemming winningsplan oliewinning Rotterdam
De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat stemde op 9 juni 2022 gedeeltelijk in met het winningsplan "Rotterdam" van de NAM, waarbij oliewinning werd toegestaan tot uiterlijk 31 december 2035 in plaats van tot 2050 zoals aangevraagd. Appellanten, waaronder het college van Rotterdam en de Scheepswerf, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer zorgen over bodemdaling, gevolgen voor geothermie, energietransitie en waardedaling van woningen.
De Raad van State toetste het besluit aan artikel 36 van Pro de Mijnbouwwet en concludeerde dat de minister de gevolgen van bodemdaling, waaronder de effecten op de openbare ruimte, grondwaterstand, en de functionaliteit van de dwarshelling, zorgvuldig en deugdelijk had onderzocht en gemotiveerd. De bezwaren over satellietgegevens en mogelijke schade werden niet aannemelijk gemaakt. Ook de vrees dat oliewinning toekomstige geothermieprojecten zou belemmeren, werd verworpen.
Ten aanzien van de energietransitie oordeelde de Afdeling dat klimaatbeleid en internationale afspraken niet direct het toetsingskader vormen voor het winningsplan. De beperking tot 2035 weerspiegelt de afweging van de minister over planmatig gebruik van delfstoffen. De vrees voor waardedaling van woningen door bodemdaling en aardbevingen werd onvoldoende onderbouwd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en het instemmingsbesluit bevestigd.
Uitkomst: De beroepen tegen het instemmingsbesluit winningsplan Rotterdam worden ongegrond verklaard.