ECLI:NL:RVS:2025:6283
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 12 augustus 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het door verzoeker ingestelde beroep tegen deze afwijzing op 16 december 2025 ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 22 december 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak is gedaan in het openbaar en omvat een tijdelijke bescherming van verzoeker gedurende de procedure.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.