ECLI:NL:RVS:2025:6275

Raad van State

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
202505275/2/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beslissing College van Beroep voor de Examens Universiteit Leiden

Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de mondelinge beslissing van het College van Beroep voor de Examens (CBE) van de Universiteit Leiden van 20 augustus 2025. Het CBE heeft hiertegen een verweerschrift ingediend.

De zaak is op 14 oktober 2025 ter zitting behandeld, waarbij verzoekster en het CBE zich hebben laten bijstaan door advocaten. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 24 december 2025 het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat het verzoek kennelijk ongegrond was in het licht van een eerdere uitspraak in dezelfde zaak (ECLI:NL:RVS:2025:6196).

Daarnaast is bepaald dat het CBE geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter J.Th. Drop en griffier P.A. de Vink.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beslissing van het College van Beroep voor de Examens is afgewezen.

Uitspraak

202505275/2/A2.
Datum uitspraak: 24 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend in [woonplaats],
verzoekster,
en
het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (hierna: het CBE),
verweerder.
Procesverloop
[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de mondelinge beslissing van het CBE van 20 augustus 2025.
Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 oktober 2025, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. M. den Hertog, advocaat in Utrecht, en het CBE, vertegenwoordigd door mr. E.M.A. van der Linden, vergezeld door mr C.G. Breedveld-de Voogd, zijn verschenen.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202505275/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:6196, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Gelet op die uitspraak dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
2.       Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. De Vink
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2025
154-1177