ECLI:NL:RVS:2025:6274
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf na afwijzing bezwaar
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 december 2023 een aanvraag van betrokkene voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Hiertegen maakte betrokkene bezwaar, dat bij besluit van 29 juli 2024 ongegrond werd verklaard. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 november 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is behandeld. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 december 2025 beslist dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.