ECLI:NL:RVS:2025:623
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing parkeren vanwege verkeersveiligheid en bruikbaarheid weg
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht twee keer een ontheffing aangevraagd om gedeeltelijk op de openbare weg binnen een woonerf te parkeren, omdat zijn zijtuin te smal is om naast zijn woning te parkeren. Beide aanvragen werden afgewezen vanwege het belang van de bruikbaarheid en veiligheid van de weg, met name voor hulpverleningsdiensten en vuilniswagens.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het eerste besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de beoogde parkeerplek binnen vijf meter van een kruispunt lag, wat volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verboden is. Bij het tweede besluit oordeelde de rechtbank dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de verkeersbelangen werden gediend met de weigering, en dat de belangenafweging niet onevenredig was.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de verkeerskundige berekeningen onjuist waren en dat het college zijn belangen onvoldoende had meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de ontheffing niet kon worden verleend, dat de belangenafweging niet onevenredig was en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing voor parkeren wordt bevestigd.