ECLI:NL:RVS:2025:6198
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister na ongegrond beroep rechtbank
De minister heeft appellant op 23 september 2025 in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, die op 6 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen, mede omdat een vergelijkbare rechtsvraag reeds op 5 november 2025 was beantwoord.
De Afdeling vond geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.