ECLI:NL:RVS:2025:6145
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit locaties ondergrondse afvalcontainers Rotterdam wegens schending rechtszekerheidsbeginsel
In deze bestuursrechtelijke procedure stond het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam centraal waarin locaties werden aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse containers (ORAC’s) voor huishoudelijk afval. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het oorspronkelijke besluit van 25 november 2024 in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel omdat niet duidelijk was welke locaties waren aangewezen en op welke gronden.
Het college werd opgedragen dit gebrek binnen vier weken te herstellen, wat leidde tot een herstelbesluit van 4 augustus 2025. Appellanten dienden zienswijzen in tegen dit herstelbesluit, maar de Afdeling besloot een nadere zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Afdeling beoordeelde dat het college met het herstelbesluit voldoende duidelijkheid en motivatie had gegeven over de aangewezen locaties en dat het college beleidsruimte had bij de locatiekeuze. Diverse bezwaren van appellanten, zoals onzorgvuldige besluitvorming, geschiktheid van locaties, mogelijke hinder en alternatieve locaties, werden inhoudelijk behandeld en verworpen. Ook de proceskosten werden deels toegewezen aan appellanten.
Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het oorspronkelijke besluit, verklaarde de beroepen tegen het herstelbesluit ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 25 november 2024 wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het herstelbesluit van 4 augustus 2025 wordt ongegrond verklaard.